Je kent het vast wel. Je hebt in het weekend allerlei goede plannen om vanaf maandag gezonder te gaan eten.

De voorraadkast wordt opgeruimd, de snoeppot geleegd en de koelkast gevuld met allerlei gezonde dingen. Maar dan: de werkweek begint. Het ontbijt gaat goed, de motivatie is sterk! Je hebt je lunch ‘s ochtends met kunst- en vliegwerk ook nog gemaakt en vol goede moed ga je naar het werk.

Je collega trakteert op gebak, omdat ze dit weekend jarig is geweest. Omdat je vindt dat weigeren onbeleefd is neem je een klein stukje. Een voorzichtig schuldgevoel bekruipt je langzaam.. dit was niet de bedoeling!

De lunch gaat weer goed, hoewel die salade wel een beetje klef is geworden zo, maar ja, alle begin is moeilijk! De rest van de middag zijn er geen verleidingen meer, maar je gaat toch later dan gepland naar huis. Als je thuiskomt, zijn de kinderen aan het ruziën over de iPad en je bent moe. Je motivatie van die ochtend is in rook opgegaan en ach, je kan morgen toch gewoon weer opnieuw beginnen? Dus ga je naar de supermarkt en haalt die lekkere pizza’s, dan ben je tenminste snel klaar…. Maar als je dan ‘s avonds op de bank zit, voel je je helemaal niet tevreden… en je had nog wel zo je best gedaan!

Herkenbaar?

Dit gold ook voor mij! Dit was ook mijn routine gedurende een aantal jaren. Hoewel ik steeds beter wist wat ik wel en niet moest eten als ik gezonder wilde worden, heb ik pas het laatste jaar echt in de vingers gekregen hoe het je wel lukt om gezonder te gaan eten en dit vol te houden.  In deze blog deel ik een paar tips die voor mij heel erg goed werken.

  1. Plan je week

Ga in het weekend (of op een ander moment in de week dat je voldoende tijd hebt) even goed zitten en pak de agenda’s erbij. Hoe ziet de week eruit? Wie moet op welk moment waar zijn en hoeveel tijd heb je elke dag om in de keuken te staan? Maak op basis hiervan een planning van wat je elke dag gaat eten. Je kunt er dan ook voor kiezen om een keer voor twee dagen te koken. Kies bijvoorbeeld een grote pan tomatensoep die je de volgende dag kunt opwarmen. Dit is ook handig als de kinderen bijvoorbeeld snel weer weg moeten naar bijvoorbeeld hockeytraining of iets dergelijks. Voor mij werkt het het beste om ook mijn ontbijt en lunches te plannen, maar je bepaalt zelf hoever je hiermee gaat.

Als je je planning af hebt, maak je gelijk een boodschappenlijstje. Doe de boodschappen dan voor de hele week. Alleen de verse producten haal je voor de eerste 4 dagen, halverwege de week haal je de laatste paar verse producten zodat je altijd vers in huis hebt.

Om te onthouden: “Failing to plan, is planning to fail!”. Deze heb ik zelf gehoord van Elke Gunst van Paleo.be.

2. Start met mealpreppen!

Met wat?? Mealpreppen, het voorbereiden van je maaltijden. Op zondag kun je bijvoorbeeld alvast het avondeten voor de maandag voorbereiden, door alle groenten vooruit te snijden. Ik maak zelf mijn ontbijtjes voor de hele week. Een voorbeeldje van wat ik dan maak vind je hier. Als je alles in goede luchtdichte plastic bakjes bewaart in de koelkast, kun je dit ook voor de dinsdag alvast doen. Maak ook je lunch vooruit, zodat je ‘s ochtends alleen maar je ontbijtje kunt pakken en je lunch zo in je tas kunt gooien. Het is voor jezelf even uitvinden wat je prettig vindt. Ik snij vaak op zondag al wat uien (daar heb ik zo’n hekel aan dat ik dat het liefst zo snel mogelijk achter de rug heb..) en andere dingen die ik nodig heb. Als je na een drukke werkdag thuiskomt en je kunt zo uit de koelkast trekken wat je nodig hebt om je maaltijd op tafel te zetten, is de kans veel groter dat je je aan je voornemen houdt.

3. Zorg voor gezonde tussendoortjes

Om te voorkomen dat je je vergrijpt aan die lekkere slagroomtaart op het werk, zijn er verschillende opties die je mee kunt nemen voor deze moeilijke momenten. Enkele voorbeelden: een gekookt eitje, een klein bakje (een groot handje) ongebrande en ongezouten noten, een trosje druiven, wat aardbeien of een appel of een verantwoorde reep (Nak’d bijvoorbeeld). Let bij het kopen van deze repen erop dat er niet allerlei toevoegingen in zitten die niet nodig zijn.

4. Zorg dat je altijd water bij de hand hebt.

Het is belangrijk goed gehydrateerd te blijven. Wist je dat gapen erop kan duiden dat je al een beetje aan het uitdrogen bent? Bovendien: als je echt trek krijgt, kan het helpen om een flink glas water te drinken. Dit leidt je gedachten al af en kan helpen die moeilijke momenten te overwinnen. En dan blijkt het soms gewoon dorst te zijn wat je hebt! Als je water alleen erg saai vindt, geef het dan wat smaak door bijvoorbeeld een schijfje citroen en een takje munt in je flesje water te doen. Je water krijgt dan een lekker fris smaakje en het is nog gezond ook!

5. Gooi alle ongezonde dingen het huis uit!

Als je zin krijgt in allerlei ongezonde dingen, zorg dan dat je niets in huis hebt waar je je te buiten aan kunt gaan. De drempel om naar de winkel te gaan en het te gaan halen is vaak net even te hoog, zodat je trek uiteindelijk wel weer over gaat. Realiseer je dat je lichaam, zeker de eerste dagen, moet wennen aan je nieuwe voedingspatroon en allerlei trucjes uit de kast trekt om te zorgen dat je overstag gaat voor allerlei zoete (of juist hartige?) verleidingen. Als je gezin niet met je meedoet, zorg dan dat hun snoep en ongezonde dingen in een kastje of la worden opgeborgen, zodat jij weet waar je niet moet kijken!

Natuurlijk zijn er nog veel meer tips te bedenken, maar kijk goed wat voor jou werkt en maak ook met je gezin afspraken om te helpen. Hiermee maken ze het jou makkelijker en is de kans groter dat je aan het eind van die eerste dag trots op jezelf bent!